|
QUOTES "Jeugdvoetbal is een individuele sport! (Henk Mariman als Hoofd opleidingen GBA) Dit is hét uitgangspunt voor elke jeugdopleiding en voor elke jeugdvoetbaltrainer. Jeugdvoetbal wordt te veel op seniorenvoetbal afgestemd en dat heeft vaak negatieve gevolgen voor de ontwikkeling. We denken nog te vaak volwassengericht. Kinderen vragen een totaal andere benadering dan volwassenen. Er is een immens verschil tussen jeugdvoetbal, waar ontwikkeling centraal staat en volwassenvoetbal, waar resultaat bepalend is. Jeugdvoetbal is afgestemd op het individu en zijn leerrendement, volwassenvoetbal is meer afgestemd op het collectief en het resultaatrendement. Als je een analyse maakt, constateer je in de Belgische competitie een gebrek aan techniek, inzicht en creativiteit. Dit heeft met onze opleiding te maken. Hieruit moeten we onze lessen trekken: de opening naar een sterkere jeugdopleiding ligt niet in een viermans-verdediging, betere fysische testen of krachttraining. Neen, het voetbalvermogen bij balbezit moet omhoog. We moeten vormen ontwikkelen waarbij de talenten met de bal aan de slag kunnen. Vormen die creativiteit, techniek en inzicht vragen en een echte uitdaging zijn. Loop-en coördinatietraining, krachttraining, teambuilding, fysische tests en lenigheid hebben een belangrijke plaats in het voetbal. Maar we moeten ons goed realiseren dat ze een ondersteunende functie hebben: ze moeten het voetbalvermogen de kans geven nog beter te functioneren. Ze mogen dan ook nooit de hoofdrol krijgen binnen een ontwikkeling: voetbalvermogen stimuleer je door te voetballen."
"Elk kind dat tot zijn twaalfde geen trainer heeft gehad, is een bevoorrecht kind. (Bert Van Lingen, Hoofd opleiding PSV) "Dit is een pleidooi om de allerjongsten het spel zelf te laten ontdekken. Vijf tegen 2 spelen met kinderen van 6 jaar is onbegrijpbaar. Dat heeft mede te maken met de wijze waarop het positiespel van bovenaf gepromoot is, terwijl het voor die kinderen volstrekt ongeschikt is. Op die leeftijd hoor je niet overmatig de klemtoon te leggen op het samenspel. Zo leiden we kampioenen op in het circulatievoetbal, maar de tegenstander in beslissende zones uitspelen, lijken we verleerd te zijn. We zijn aan de basis doorgeschoten in het benadrukken van het samenspel en we hebben te weinig oog gehad voor het 1/1 duel. Waar is de creativiteit, het lef, het spelertje dat nu eens niet doet wat de coach eist en gewoon zijn mannetje passeert? Al jaren willen jeugdtrainers dat zelfs de jongste spelers precies zo spelen als zij voor hen bedenken. We leiden bij voorkeur robots op. Van die keuze krijgen we steeds vaker de rekening gepresenteerd. Kampioen worden bij de jeugd interesseert me helemaal niet. Wat moet tellen is: de jeugdopleiding heeft x euro gekost; hoe staat dat in verhouding tot het aantal spelers uit die jeugdopleiding bij het eerste elftal. We besteden ook te weinig aandacht aan de manier waarop we kinderen moeten aanspreken. De taal van de kinderen kennen veel jeugdtrainers niet meer en op hun beurt begrijpen veel kinderen de taal van volwassenen niet meer. In onze coaching leggen we ook te vaak de nadruk op de dingen die we niet van de jeugdspelers willen zien. We willen ze vooral iets afleren. Dat werkt heel ontmoedigend. Jeugdspelers zijn vooral gebaat bij een positieve manier van coachen. Techniek is en blijft de basis van alles. Dat samen met lef, flair en uitstraling. Dat moet altijd een aandachtspunt zijn bij jeugdspelers. We willen toch geen eenheidsworsten, maar spelers die iets specifieks hebben."
"Staat er aan de grens met Frankrijk en Nederland een bordje met 'Stop, vanaf hier geen talent meer?' (Franky Dury, hoofdtrainer Zulte Waregem)
"Een jeugdspeler moet niet leren in functie van wat hij nu nodig heeft om te "renderen", maar in functie van wat ze later kunnen gebruiken" (Vercauteren, als jeugdcoördinator bij KV Mechelen) "We spelen altijd met 4 achteraan, maar als de tegenstrever met twee spitsen aan de aftrap komt, spelen we met 3 achteraan, dan schuift er eentje door naar het middenveld." "Bij de kleintjes trainen we puur op techniek" (Tahamata, techniektrainer Ajax) Veel herhalen en ook thuis moeten ze hun huiswerk maken. Ik probeer hen te overtuigen dat dit de enige manier is om creatief te worden, om als voetballer te groeien. Lopen is tot bij de knapen niet nuttig, tot die leeftijd moet de bal centraal staan. Uiteindelijk moet je de bal volledig beheersen. Een dribbel of een schijnbeweging is voor de kinderen het allerleukste. Vaak mag het niet van een trainer. Van mij moet MOET iedereen een schijnbeweging uitvoeren, ook als het niet goed gaat. Voetbal is meer dan een bal afpakken en direct inspelen bij een maat of de bal gewoon wegtrappen. Dat zelfvertrouwen kun je opkrikken door veel met de bal te trainen. Hen meester laten worden over de bal. En dat begint bij de kleintjes. Als ik iets zie dat een speler beter kan maken, dan moet ik hem dat zeggen. Bijvoorbeeld bij een aanname. Je moet de bal voor je uit controleren zodat je meteen kunt doorspelen of een actie kunt maken. De meesten controleren de bal, dat been gaat weer naar achteren en dan pas lopen ze vooruit. Verkeerd. Als je de bal kunt controleren en meteen een pas naar voren zetten met dat been, dan ben je al meteen in beweging. Dat bevordert de actiesnelheid. Ik leer de aanvallers ook dat ze altijd goed ingedraaid moeten staan. Als jij me een pass geeft, moet ik zorgen dat ik niet met mijn gezicht naar jou sta. Ik moet jou wel zien, maar vooral de rest van de spelers. Dat vergemakkelijkt het inschatten van de spelsituatie en ook het inspelen."
|